Bierbrouwerij De Meiboom

Gegevens brouwerij
Provincie
Oude locatie brouwerij
Prins Hendrikstraat
Plaats
Actieve brouwerij
Nee (85 jaar geleden gestopt)
Opgericht in
1669
Gestopt in
1934 (265 jaar actief geweest)

Biermerken van Bierbrouwerij De Meiboom

Geen biermerk bekend van Bierbrouwerij De Meiboom.

Achtergrond informatie

Fusie

De brouwerij werd in het begin van de 17e eeuw opgericht en stond geruime tijd onder leiding van de Fransman Buisson. In 1764 werd de brouwerij meerdere malen te koop aangeboden als 'de goede neringrijke Brouwerij de Meiboom. Ook in 1782 werd de brouwerij te koop aangeboden. Waarschijnlijk was Wilhelmus Cornelis van Duuren Sr. hierbij betrokken want in 1796 maakte van Duuren Sr. en van Duuren Jr. samen met Leonard Constantijn van Sons, de erven van Johan Christiaan van Loon van Burgh en Cornelis van Ockenburg, deel uit van de sociëteit De Meiboom. In dat jaar kocht de sociëteit (een voorloper van de vennootschap) Brouwerij de Flessche en hiermee fuseerde de laatste twee brouwerijen in Vlissingen.

In 1812 had Wilhelmus Cornelis van Duuren Jr. de leiding over de brouwerij en had een jaarproduktie was in 1813 2804 hl, 30% van de bieraangifte in Vlissingen. In 1816 telde de brouwerij al 11 werknemers waarmee de brouwerij één van de grootste brouwerijen van Zeeland was. Hij zat tevens in de politiek en bedreef ook nog een steenkoolhandel. Wilhelmus van Duuren overleedt op 11 november 1823 op 59-jarige leeftijd. Een jaar later werd de brouwerij, die de capaciteit in 40 jaar had verdubbeld, te koop aangeboden. De woning was gemoderniseerd en er waren pakhuizen bijgekomen, alsook een kuiperij, een kantoorlokaal, een koetshuis, een paardenstal en twee annexe woningen. Enkele maanden later kocht Jacob Loois, bakker en koopman, de brouwerij met woningen en al. Van Duuren's schoonzoon, Jacob Christiaan Dutilh, toentertijd werkzaam als eerste klerk bij de directie van de marine, kocht het pakhuis van Brouwerij London. Hiernaast verkocht hij Brouwerij de Flessche met woning in de Paardestraat en het huis de Wijnberg met pakhuis op de Wijnbergsche Kaai aan zijn toenmalige werkgever, het Departement van de Marine.

Op 29 juni 1824 werd de helft van De Meiboom weer terug gekocht, daarbij gebruik makend van het kapitaal van de in Middelburg wonende Pieternella van Duuren, de ongehuwde dochter van Wilhelmus, die vaker bij transacties van Dutilh was betrokken als 'slapende vennoot'. Loois ging de brouwerij leiden, terwijl Dutilh op de achtergrond mede-eigenaar bleef. De steenkolenhandel van zijn overleden schoonvader zou Dutilh wel blijven voortzetten. Aan het samenwerkingsverband kwam plots een einde toen Loois in 1839 op 52-jarige leeftijd overlijdt. Dutilh liet terstond de brouwerij en de steenkolenhandel overgaan in de handen van zijn dan 20-jarige zoon, Willem Cornelis van Duuren Dutilh. Op 20 december 1860 overlijdt Jacob op 74-jarige leeftijd.

Krimp

Willem Cornelis van Duuren Dutilh zou de brouwerij leiden voor een periode van ruim 40 jaar. De brouwerij was inmiddels, vergeleken met de toestand van 30 jaar geleden, wel ingekrompen, niet alleen qua personeel maar ook qua productiehoeveelheid. Alles was bijna gehalveerd ten opzichte van 1843. Een verklaring kan worden gezocht omdat toen nog Brouwerij de Flessche in het bezit was maar ook dat de publieke belangstelling voor het bier minder werd of de concurrentie van Engelse en in toenemende mate van Duitse (Beierse) bieren, die kwalitatief van beter gehalte waren. Ook Belgisch bier, waaronder het Leuvens bier van Brouwerij Artois, werd zeer gewaardeerd. Het was dan ook niet meer dan logisch dat van Duuren Dutilh zocht naar wegen om bij een krimpende biermarkt het debiet buiten Vlissingen uit te breiden. In 1844 is er in ieder geval een depot van De Meiboom in de Langedelft A.89 in Middelburg.

'Verzending naar hetere luchtstreken'

Van Duuren Dutilh wist met De Meiboom een behoorlijke plaats op de bierkaart te behouden, ondanks de groeiende concurentie. De brouwerij groeide echter niet wezenlijk en het aantal werknemers bleef in de periode 1860-1882 rond de vijf. Zij breidden hun debiet uit naar alle hoeken van het land. Vooral de goede kwaliteit van De Meiboom-bieren werd vaak geroemd en mede door de 'billijke prijzen' kon men lange tijd blijven wedijveren met opkomende concurenten. Ook werd afzet gevonden in de provincies buiten Zeeland en in 1874 is er zelfs even sprake van 'verzending naar hetere luchtstreken'.

Kentering

Maar rond 1880 wordt de toonzetting pessimistischer. De grote brouwerijen uit Noord- en Zuid-Holland, zoals Van Vollenhoven, De Haan, de Koninklijke Nederlandse Beijersch Bierbrouwerij, Amstel en Heineken, kregen de methode van lage gisting steeds beter controle en het nieuwe bier, de Pils, won sterk aan populariteit. Van Duuren Dutilh kon of durfde een grote investering die nodig was om de brouwerij te moderniseren niet meer aan. Dit was ook weer niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat hij toen de leeftijd van 63 jaar had bereikt. De brouwerij werd dan ook in 1882 verkocht.

In onderdelen geveild

Maar daarna ging De Meiboom een nieuwe fase in, die in Zeeland tot op heden zijn weerga niet kent. Het bezit van Van Duuren Dutilh was over de jaren behoorlijk gegroeid. Naast het brouwerij-complex met brouwerij, mouterij en verdere gebouwen, bestond het nog eens uit diverse huizen, pakhuizen en stallen. Het bezit werd in onderdelen geveild. Cornelis Maters, van beroep aannemer van publieke werken, werd pas na een tweede bod op de brouwerij en de resterende percelen eigenaar. In de Vlissingsche Courant van september 1885 was te lezen dat hij 20 okshoofden gevuld met duinwater naar elders had verzonden om te laten onderzoeken of het geschikt was voor het brouwen van bier. Als deze proef slaagde zou de voormalige Bierbrouwerij de Meiboom hoogstwaarschijnlijk weer als brouwerij doorgaan.

Gemoderniseerd

De brouwerij werd in 186 geheel verbouwd en voorzien van moderne apparatuur als een geautomatiseerde roerkuip, een koelbak en een gistkuip. In de Vlissingsche Courant van 1886 wordt tot twee maal toe de loftrompet gestoken over de brouwerij. In 1887 krijgt de brouwerij een nieuwe directeur in de persoon van Abraham Everardus Dudok van Heel. Dudok van Heel was eveneens afkomstig uit West-Brabant en zijn vader was eigenaar van de Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek N.V. de 'Mark', onder Oudenbosch. Naast het 'gewone' gerstebier, werd er lager ('belegen en voedzamer') gebrouwen, alsook een 'Maastrichts Bier', een zoetzuur bier, dat vergistte op een geregelde temperatuur in de kelder. De brouwerij was inmiddels in staat om 100 hl. per dag te produceren. Er werd overigens dan nog alleen bovengistend bier gebrouwen.

Overstap naar ondergistend

Hoewel het zeker niet slecht ging met de brouwerij ging men in navolging van de grote brouwerijen, met name in westen, ook over op de ondergistende methode. De overschakeling van bovengisting naar ondergisting vergde echter een enorme investering. Hiervoor werden doorgaans NV's opgericht maar slechts enkele brouwerijen waren in staat daartoe geldschieters te vinden. In 1890 waren van de 500 brouwerijen in Nederland dit er slechts 10. Hiermee wordt de bijzondere positie van De Meiboom zichtbaar. Waar de 'Beijersche' brouwerijen startten met investeringen van een half miljoen of meer waagde men in 1897 hier de overstap te maken door het kapitaal met fl.30.000,00 te verhogen naar fl.110.000,00. De investering betrof een stoomketel van 30 m2 oppervlak (waarschijnlijk om de temperatuur van de brouwketel beter te kunnen reguleren) en een stoomwerktuig voor een koolzuur ijsmachine. Slechts twee jaar later werd al weer een vergunning aangevraagd tot het plaatsen van een tweede, grotere stoomketel. Bezwaren van omwonenden werden ondervangen door in de vergunning te eisen dat er een schoorsteen van 25 meter hoog gebouwd moest worden.

Enorme groei

In 1903 waren er weer plannen tot uitbreiding in de maak. De produktie was enorm gestegen. Waar de laatste jaren onder Van Duuren Dutilh nog slechts 800 hl. per jaar werd gebrouwen, was de produktie in 1888 gestegen tot 3300 hl. en in 1898 tot 7000 hl. In de 5 jaren die volgden verdubbelde de produktie nog eens tot 14000 hl. per jaar. De uitbreidingsplannen manisfesteerden zich, ondanks de blijvende bezwaren van buurtbewoners, in het bijbouwen van een machinekamer met ketelhuis, kolenbergplaats en pompenkamer. In de machinekamer werd een nieuwe ijsmachine volgens het 'zwartigzuursysteem' geplaatst en ook de oude ijsmachine werd daar naartoe gebracht. In de pompenkamer kwamen 4 pompen ten behoeve van de ijsmachine. Na deze verbouwing berichtte men in de Vlissingsche Courant van augustus 1905, dat De Meiboom, na De Schelde, de belangrijkste fabriek van de stad was geworden. Het bleef voorlopig goed gaan; naast bier was de ijsomzet ook winstgevend.

Eerste Wereldoorlog

Rond 1912 droeg Dudok van Heel sr. de leiding van de brouwerij over aan zijn zoon. Ook onder Dudok van Heel jr. werd de stijgende lijn voortgezet. Het oorlogsgeweld had echter nadelige gevolgen voor de grondstoffen voor het bier. Ondanks dat ook in het jaar daarop de grondstoffen moeilijk verkrijgbaar waren en tegen hoge prijzen bleef de omzet van bier en ijs was niettemin zeer bevredigend. De oorlogssituatie in Europa weerhield de directie er dan ook niet van om te investeren in een nieuwe vaatspoelinrichting. Nadat de 1e WO beeindigd werd, kwam de grondstoffenhandel weer op gang en al snel draaide de brouwerij weer op volle toeren.

Agentschappen buiten de provincie

De bieromzet nam zelfs zodanig toe dat in 1921 besloten werd tot een gehele verbouwing van het brouwhuis omdat de oude inrichting aan haar maximale capaciteit had bereikt. In het brouwhuis werden een reeks nieuwe elektromotoren geplaatst waardoor De Meiboom een moderne, middelgrote brouwerij was geworden. In de jaren 20 steeg de omzet jaarlijks, wat vooral te danken was aan de vestiging van nieuwe agentschappen buiten de provincie. Aan het eind van de jaren 20 telde de brouwerij 30 werknemers. Pas in 1930 daalde de bieromzet enigszins, wat werd geweten aan de vrij koele zomer van dat jaar. 10 jaar na de laatste grote verbouwing was de brouwerij weer toe aan een modernisering. In 1931 werd een vergunning verleend voor het plaatsen van een tweede grote stoomketel en de inrichting van een bottelarij, die bestond uit een bottellijn inclusief spoelinrichting en pasteuriseerinrichting. Voor die tijd zeer modern.

Sluiting

De economische crisis had echter tot gevolg dat de toevoer van grondstoffen steeds moeilijker verliep en bovendien begon het bierverbruik behoorlijk te dalen. In 1934 hield de brouwerij op te bestaan. Dudok van Heel jr. vertrok naar Den Haag en overleed in 1942.

Heb je aanvullende informatie over deze brouwerij of een interessante foto, contact ons.

Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.