Inloggen op Mijn Biernet

Geen account? Registreren

Login probleem? Reset je wachtwoord

Delen

Bierbrouwerij de Gekroonde P

Volgen

Blijf altijd op de hoogte

Bierbrouwerij de Gekroonde P

Bierbrouwerij de Gekroonde P is gevestigd in Delft in Nederland.

Gegevens brouwerij

Achtergrond informatie

De Gekroonde P, die was gevestigd waar nu het Gereedschappen museum in zit. Eeuwen lang was deze brouwerij in het bezit van de familie van Berckel.

Gekroonde P

Hendrick Dircks Verburch en zijn zoon Claes Hendricks waren eigenaren van Brouwerij het Conduyt aan het Oosteinde te Delft. Claes werd later eigenaar van Brouwerij de Drye Hameren aan de Burgwal terwijl zijn zus Aeltje Verburch met haar man Willem Otten de nieuwe eigenaren werden van Brouwerij het Conduyt. Hillegont, de zuster van Adriaen huwde de brouwer Pieter Croeser van Brouwerij de Gekroonde P. Ook Adriaen moeder kwam uit een brouwersgeslacht dat eigenaar was van Brouwerij in den Sleutel op het Oude Delft. Hier sierde een grote houten sleutel de gevel.

Na de brand

In elk geval vanaf de stadsbrand van 1536 is het zeker dat op deze plek bier gebrouwen werd. In 1578 brouwde hier Jan Beukelsz die de brouwerij huurde van Isaack Lambertsz. Jan was brouwer sinds 1559, maar brouwde toen waarschijnlijk nog niet in deze brouwerij. Aan het einde van de 16e eeuw heette de brouwerij die toen op deze plek stond Het Vliegend Hert. In 1587 kocht Jacob Cornelisz Ackersloot de brouwerij en zes jaar later verkocht hij hem weer aan Jacob Sanderssoon Balbiaen. Volgens deze koopakte uit 1593 had het pand een plaatsje aan de kant van Brouwerij ’t Paert. Het moet al in de 16e eeuw een groot dubbelpand zijn geweest, hetgeen in die tijd nog niet erg gebruikelijk was. Nog steeds zijn in het pand restanten van dit zestiende-eeuws bouwwerk terug te vinden. De brouwerij was in 1593 belast met een groot aantal renten: onder andere ten behoeve van de Memorie van de Oude Kerk, van het Oude Gasthuis, de Heilige Geest (Weeshuis), de Leprozen van Delft, de weeskinderen van Gerrit Pietersz van Montfoort, en nog enkele particulieren. Die oude rentes (een soort erfpachten) wijzen erop dat die brouwerij een lange voorgeschiedenis moet hebben gehad.

Gekroonde B

Toen in 1600 de belastinggaarder de haardsteden registreerde, droeg de brouwerij van Balbiaen geen naam, althans het register vermeldt hem niet. Als bij de dood van Balbiaen in 1610 de brouwerij flink onder de schulden gebukt blijkt te gaan, wordt hij openbaar verkocht onder de naam De Twee Truwelen. Koper werd Bruijn Harmensz Schinkel, die brouwerij, vermoedelijk mede om commerciële redenen, aan een nieuwe naam hielp. Hij noemde de brouwerij de ‘B’, ook wel Gekroonde B (dus niet ‘P’). Onder die naam en eigenaar wordt de brouwerij tussen 1612 en 1625 in diverse notariële akten genoemd.

Van B naar P

Vanaf circa 1625 werd de brouwerij eigendom van Pieter Adriaensz Croeser (1594-1677), die de zaken groots aanpakt. Met hem veranderde de naam ook van ‘B’ in ‘P’, cq. ‘Gekroonde P’. De naam komt in deze periode met en zonder kroontje voor. Een van de producten van zijn zaak was Maerts Luyps. Op 6 januari 1626 huurde hij ook de naastgelegen Brouwerij de Ooyevaar van zijn buurman Vranck van der Burch erbij. Zijn andere buurman ten zuiden, Willem van der Chijs, Brouwerij ’t Paert werd ook gekocht. De brouwerij sloot en Van der Chijs blijft in het woonhuis aan de gracht bewonen, zo blijkt uit de verpondingsadministratie. Ook verder kocht Croeser diverse pandjes achter de brouwerij en in de steeg op.

Notabele

Het ging Croeser niet alleen zakelijk, maar ook maatschappelijk voor de wind. In 1646 werd hij toegelaten tot het stadsbestuur en werd verschillende malen schepen en tenslotte in de jaren 1663 en 1664 ook burgemeester. Hij is een van de vele Delftenaren met geld die zich lieten portretteren door het atelier van Michiel van Mierevelt. Dat schilderij is inmiddels beland in het paleis Lanckoronski in Wenen. Na Croeser werd Pieter Isaacksz van Son de nieuwe brouwer. Diens schoonzoon verkocht de brouwerij, ‘genaamt de P’ in 1695 voor 23.000 gulden, compleet met “rosmolen, een paar steeken (waarschijnlijk maatstokken), groot en cleijn brouwgereetschap, tonnen, vaatwerk, sacken, vloten, ketels, gisterijen, handketels, volketels, haerden, stellingen, hollen (houten goten) en draagtonnen”. Bij de koop hoorden ook twee zwarte ruinpaarden, De Boer en Witvoet, een Barlijn (koetsje) en Chaise (open sjees).

Vanaf 1700 de Van Berckels, Bartholomeus van Berckel

Portret van Bartholomeus van Berckel, schilder onbekend
In 1717 kwam de brouwerij definitief in handen van Bartholomeus van Berckel (1665-1724), wiens nazaten nog ruim twee eeuwen zullen brouwen. Mogelijk was hij al langer de geldschieter achter de brouwerij met de minder succesvolle Andries de Ruiter, die in 1717 zijn bedrijf op de fles zag gaan. Behalve een geslaagd zakenman was Van Berckel ook een vooraanstaand katholiek. Bartholomeus stond ook bekend als een muziekliefhebber, die graag zijn partij meezong in het koor van de kerk. Hij kocht ook het resterende woonhuis van de vroegere Brouwerij ’t Paert op van de predikant Johannes Coster en nam het als eigen woonhuis in gebruik.

Martinus van Berckel

Martinus van Berckel (1700-1758), geschilderd door Harmannus Serin in 1741.
Zijn zoon, Martinus (1700–1758), breidde het bedrijf onder meer uit met de branderij De Drie Sonnen op het Oosteinde (zie Oosteinde 139). Hij was daarmee een van de eerste brouwers die bier ook met het gedstileerd ging combineren. Hij hield van veel paarden en rijtuigen, en speelde viool. Hij had ook een arrenslee met vensters van Venetiaans glas.

Na de dood van Martinus nam zijn weduwe, Joanna Antonia Houwert, die met vier minderjarige kinderen achterbleef, het roer over. Zij was er verantwoordelijk voor dat in de tweede helft van de 18e eeuw de Gekroonde P uiteindelijk ook de naastgelegen mouterij, Brouwerij en Branderij Ooyevaar volledig inlijfde die al sinds de 17e eeuw als toeleveringsbedrijf werkte voor de Gekroonde P maar af en toe ook voor de andere buurman, Brouwerij de Vis, op de hoek van de Vissteeg. In de loop van eind 18e of begin 19e eeuw moet de voorgevel van Voorstraat 38 en 40 vrij grondig worden verbouwd. Waarschijnlijk is toen ook onder in de gevel de poort aangebracht die inmiddels weer is dichtgemaakt.

Adrianus van Berckel

Adrianus van Berkel (1751-1812), schilder onbekend.De oudste zoon van Martinus, Bartholomeus van Berckel, werd priester bij de Jezuïeten. Zijn halfbroer, Adrianus (1751-1812), nam de brouwerij voor zijn rekening en stortte zich daarnaast ook op de politiek. Als katholieke notabele werd hij na de Bataafse omwenteling van 1795 wethouder. Die functie zou de familie sindsdien meerdere generaties blijven vasthouden.

Hendrik van Berckel

Hendrik van Berkel (1783-1862), geschilderd door Cornelis Cels in 1828.
Vooral zijn zoon Hendrik (1783-1862), die hierna de boel overneemt, zou het op dat punt ver schoppen. Na zijn wethouderschap werd hij van 1840 tot 1848 de eerste katholieke burgermeester van Delft na de Reformatie.

Behalve voor de politiek, had hij ook een groot oog voor zaken. Hij was in de eerste helft van de 19e eeuw onbetwist de rijkste man van Delft, volgens de eerste optekening van het kadaster in 1832. De waarde van zijn bezit, als grondslag voor belastingheffing, werd op 7500 gulden getaxeerd, afgezet tegen het gemiddeld belastbaar inkomen per eigenaar in Delft van ruim 150 gulden. Zijn bezittingen bestonden niet alleen uit de genoemde brouwerijen en mouterijen, een azijnmakerij achter de voormalige Ooyevaar, maar ook een groot aantal pakhuizen en vrijwel alle woonhuizen op de Verwersdijk achter de brouwerij. Daar lagen ook een eigen kuiperij en een stal en koetshuis. Ook de restanten van de voormalige Brouwerij de Vis in de Vissteeg, was nu een mouterij is geworden van de Van Berckels en een rozijnazijnmakerij aan de overzijde van de Visstraat. Verder had hij nog twee branderijen in Delft, Brouwerij de Papegaai aan de zuidzijde van Oude Delft/Westvest met daar vlakbij een moutmolen op de Vest bij de Kethelpoort

Nieuw gigantisch woonhuis

In 1840 liet Hendrik aan de Oude Delft (nummers 15-21), bij De Papegaai, een gigantisch nieuw woonhuis bouwen, naar ontwerp van Pieter Adams. Hij hield er ook kantoor. Architect Adams had in 1826 al de buitenplaats Vredenoord – langs de Vliet in Rijswijk– voor de familie Van Berckel gebouwd. Als tuinhuis hadden ze daar een gotische toren. Dergelijke vreemde bouwsels waar in die tijd populair. Inspiratie werd geput uit bijvoorbeeld G.van Laars ‘Magazijn van tuinsieraaden’.

Bij zijn overlijden bestond zijn vermogen bovendien nog uit een hoeden- en handschoenenfabriek, meerdere huizen en buitenhuizen, pachtboerderijen (o.a. in de nieuwe Haarlemmermeer), jachtgronden en schepen. Want hij handelde niet alleen in jenever, bier, wijn, boter en haring, maar hij verscheepte die ook zelf, onder andere met zijn brikschip De Harmonie, zijn kofschip Mentor, de hoekerbuisschepen Zorg, Hoop en Vertrouwen en het fregatschip ‘Delft’.

Augustinus van Berckel

De volgende brouwer Van Berckel, Augustinus (1820 –1890), werd eveneens wethouder van Delft. Ook hij woonde in het grote huis aan de Oude Delft aan de voorzijde van De Papegaai. Het oude woonhuis van de familie op de hoek van de Drie Akerstraat liet hij ten behoeve van het bedrijf verbouwen, waarna het zo mogelijk nog fraaier werd. In zijn tijd begon de firma voor het eerst ‘lager’-bier te brouwen, dat veel beter houdbaar was. Daarvoor moesten wel grote bierkelders worden aangelegd, en een brouwtoren wat weer een aanzienlijke ingreep op het bedrijfsterrein betekende. Het toen opgerichte bedrijfsgebouw met een imponerende gewelvenconstructie staat nu nog aan de Drie Akerstraat. De eerste steen daarvoor werd in 1882 gelegd door mej. Th. van Berckel.

Cornelis van Berckel

Brouwerij de Gekroonde P liep overigens niet voorop met die overstap naar het moderne ‘lager’-bier. De latere Heineken brouwerijen in Amsterdam kwamen daarmee al twintig jaar eerder op de markt. De laatste bierbrouwer en wethouder van de familie Cornelis Josephus van Berckel (1861–1943) richtte in 1897 samen met zijn moeder en vier andere aangetrouwde familieleden een vennootschap op voor de Bierbrouwerij en IJsfabriek de Gekroonde P. De vennootschap hield stand tot aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, waarna de familie de brouwerij en bijbehorende gebouwen verkocht. Daarop veranderde de brouwerij in korte tijd nog enkele malen van eigenaar, maar in 1922 was het definitief gedaan met het bedrijf.

Leven na de brouwerij

Na 1922 bood de voormalige brouwerij onderdak aan achtereenvolgens orgelbouwer en pianohandel Hees & Co, de distilleerderij en drankengroothandel van de firma Hellebrekers en tenslotte de bakkerij Van den Berg (‘Kees bakt het zelf’).

Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.

Zie meer reacties

Zie minder reacties