Inloggen op Mijn Biernet

Geen account? Registreren

Login probleem? Reset je wachtwoord

Delen

Bierbrouwerij Sint-Henricus

Volgen

Blijf altijd op de hoogte

Bierbrouwerij Sint-Henricus

Bierbrouwerij Sint-Henricus was een bierbrouwerij uit Esen (België).

Gegevens brouwerij

  • Type brouwerij

    Productiebrouwerij

  • Actief

    Nee, in 1978 gesloten (143 jaar actief geweest)

  • Straat

    0

  • Plaats

    Esen

  • Provincie

    West-Vlaanderen

  • Land

    België

Achtergrond informatie

Lees ook

Ludovicus Franciscus (Louis) Nevejan (1802-1882), afkomstig van Westrozebeke, trouwde op 7 februari 1832 met Emilie-Adelaïde Syoen (1810-1878). Als beroep was Louis heelmeester (chirugien) en brouwer-stoker. De Bestendige Deputatie West-Vlaanderen leverde hem op 3 maart 1835 hiervoor de vergunning af tot de oprichting/bouw van een Brouwerij Sint-Henricus aan de ‘Rousselaerestraat’. Aanvankelijk begonnen men als brouwerij maar werd er in Esen ook vlug overgegaan naar het stoken van jenever op basis van granen en mout.

Nieuwe brouwersfamilie

Op 21 februari 1882 sterft Ludovicus Franciscus (Louis) Nevejan op tachtig jarige leeftijd. Schoondochter en bierbrouwster Maria Nevejan-Baert bood de brouwerij met het brouwerijallaam, de brouwerswoning, de afhankelijke herbergen, de woonhuizen en de grondbezittingen te koop aan. Op 16 mei 1882 werd de brouwerij toegewezen aan Aloïs Costenoble uit Woumen.
Eerste Wereldoorlog

Het bier dat voor de Eerste Wereldoorlog werd gedronken was veelal Vlaams bruin bier. Een licht doordrinkbaar donker bier dat tegelijk verfrissend zuur was en zacht van smaak. Een bier van die tijd. Het bier kon door de particulier bij de brouwerij worden opgehaald maar er werd ook geleverd aan tal van herbergen in de omgeving. Brouwerij St.-Henricus speelde tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke. Naast eerst als schuilplaats gediend te hebben tijdens de inname van het dorp op 20 oktober 1940 werd hierna in de feiten de hele brouwerij en het brouwershuis uitgebouwd door de Duitsers tot gevangenis.
Wederopbouw

Na het eindigen van de oorlog op 11 november 1918 waren de economische omstandigheden echter zeer moeilijk. Het industriële apparaat was ontwricht en machines en apparaten konden slechts met veel vertraging worden geleverd. Daarbij stond de brouwerijwereld een nieuw fenomeen te wachten dat de toekomst sterk ging bepalen, de lagegistingsbieren.

Ondanks alle prblemen kon de bierproductie in maart 1920 opnieuw worden gestart terwijl vele brouwerijen nog door de oorlogsomstandigheden op non actief stonden. Voor de familie Costenoble een welkome voorsprong. De wederopbouw van de frontstreek trok immers extra werkkrachten aan, waardoor het bierverbruik opnieuw fel toenam.
Modernisering

In december 1928 trok Aloys Costenoble zich terug en liet de exploitatie over aan zoon Moise Costenoble en zijn echtgenote Elodie Courtens. Als jonge brouwer besefte Moise dat het flessenbier van het tonnenbier had gewonnen en dat verder moderniseren noodzakelijk is om zich aan te passen aan de nieuwe wensen van de tijd. Daarom schakelt de brouwerij over op flessenbier en drukvaten.
Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog had ook weer bij de familie Costenoble sporen nagelaten. Inkwartiering voor soldaten, officieren en onderofficieren werd opgeëist vanaf augustus 1941, eveneens moest men bijna wekelijks 80 à 150 hectoliter bronwater leveren aan de Duitse Wehrmacht. Maar ook electriciteit, twee voertuigen en het bureau van de brouwerij werd verplicht aan de bezetter ter beschikking gesteld. De productie van de brouwerij ging tijdens de tweede wereldoorlog hierdoor duidelijk achteruit. Waar er in 1939 nog 14.950 kg grondstoffen werd gestort, daalde dit in 1941 naar ongeveer 2.850 kg. Vervolgens zakte het cijfer zelfs nog tot 1.850 kg, om in 1945 opnieuw te stijgen naar 4.850 kg en in 1946 toch alweer naar 8.400 kg.
Naoorlogs

Van zoon Louis werd verwacht dat hij zo snel mogelijk in de brouwerij aan de slag kon en werd naar de Hoge School voor Gistingsbedrijven in Gent gestuurd. Met een diploma op zak wachtte hem de taak de brouwerij verder te moderniseren en aan te passen aan de tijd. Louis Costenoble nam in 1957 de Brouwerij St.-Henricus van zijn ouders over. Omdat men in de naoorlogse jaren steeds meer de concurrentie aanvoelde met de grote pilsbrouwerijen, werd in 1955 als tegenhanger een reeks bieren van hoge gisting op de markt gebracht onder de naam Cosmos. In 1971 besliste Louis Costenoble de productie van Coq-Pils stop te zetten en deze in zijn cafés te vervangen voor de pils van Brusselse Brouwerij Leopold.
Sluiting 1979

Tijdens de jaren zeventig kreeg Louis Costenoble te kampen met gezondheidsproblemen en er werd nog maar enkele keren per jaar gebrouwen. De investeringen vooral in de bottelarij bleven achterwege. Men brouwde nog 6 maal met een opbrengst van 328 HL bier. In 1979 zag hij zich verplicht om alle brouwactiviteiten te staken. Het bierwerkregister vermeldt 31 juli 1979 als laatste brouwdatum.
Een jaar later, in 1980, verkocht Louis Costenoble de brouwerij aan De Dolle Brouwers.