Brouwerij het Witte Paard

Gegevens brouwerij
Provincie
Actieve brouwerij
Nee
Opgericht in
Onbekend

Biermerken van Brouwerij het Witte Paard

Geen biermerk bekend van Brouwerij het Witte Paard.

Achtergrond informatie

Bier en Elburg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo dateren de notulen van het bakkers- en brouwersgilde al van 1400. De brouwerijen waren toen gevestigd in verbouwde woonhuizen. Het gilde zorgde en zag er op toe dat de kwaliteit van het toenmalige bier voldeed aan de door hen gestelde eisen. Dit had vooral te maken met het slechte water kwaliteit in die tijd. Het bier zelf was ook niet het bier wat wij nu kennen, maar bestond voor namelijk uit gerst en gruit*. Het alcoholpercentage kwam dan vaak ook niet hoger dan 2 á 3 %.

Al sinds de 17e eeuw

Bierbrouwerij het Witte Paard vindt zijn oorsprong in de zeventiende eeuw en één van de grootste in zijn soort op de Veluwe. Helaas is het exacte jaartal van stichting niet bekend.
De brouwerij was gelegen in het Zuiderkwartier van de stad, kadasternummer 365, wat thans overeenkomt met de bebouwing tussen de Beekstraat en de Bloemsteeg (Trendpark). De grootte van de brouwerij blijkt uit een openbare veiling op 13 juni 1869 in logement De Haas waar de volledige inventaris van de brouwerij notarieel werd vastgelegd (klik hier voor het overzicht). Zo bleek de oppervlakte van de brouwerij twee roeden en 50 ellen (250 m2.)

Gerrit Dijk en Fennetje Daniels

De eerste bezitters, voor 1688, waren Gerrit Dijk, ontvanger van Elburg, getrouwd met Fennetje Daniels, en zijn zwager Jan Daniels, getrouwd met Stijntje Rutgers, allen afkomstig uit Epe. De familie Dij(c)k exploiteerde in Epe al een brouwerij en Gerrits familieleden in Oldebroek waren daar behalve onderschout tevens brouwer. Na Gerrits overlijden (1688) bleven zijn vrouw en haar broer brouwen, maar in 1717 verkochten zij de helft aan Lubbertje Gerrits van Diepen, die zeven jaar later trouwde met Jan Fidder. Mogelijk dat dezen hun helft niet als brouwerij exploiteerden, maar als smederij.

Uit het huwelijk van Gerrit en Fennetje zullen geen kinderen zijn geboren, zodat de andere helft van de brouwerij vererfde op de naaste familie. Dezen verkochten - ook in 1717 -  hun geërfde helft ‘gelegen aan de Beekstraat naast Sandberg’ voor fl. 650,= aan Lambert Top, die enkele maanden later in het huwelijk trad met Lubbigje Daniels, mogelijk een familielid van Fennetje en Jan Daniels. Bij de koop hoorde ook zes schepel zaailand en 3/7 van de Bijlecamp.

Ook kinderloos

Uit het huwelijk van Lambert en Fennetje werden eveneens geen kinderen geboren, zodat de brouwerij vererfde op zijn broer Johannes, die bij Stijntje van Heerde twee zonen had: Jannes (geb. 1727) en Lambert (geb.1730). Toen Johannes na Stijntje’s dood wilde hertrouwen (1741) werd er een erfdeling gemaakt. Afgesproken werd dat vader Top het huis met de brouwerij en het mout getaxeerd op 3860 pond zou behouden. Uit zijn tweede huwelijk met Magteld Hegeman overleefden geen kinderen, zodat stiefzoon Lambert Top in 1773 tot erfgenaam werd benoemd. Lambert werd in de lijst van inwoners van 1798 genoemd als grutter en kerkmeester van Elburg, wonende in de Beekstraat. Hij was getrouwd met Aartje Vos. Zij hadden maar een kind, Stijntje, zodat Lambert compagnons in de brouwerij nam in de vorm van zijn verre neven Lambert en Gerardus Top. Deze waren via hun moeder weer verwant aan Lamberts vrouw. De broers Top zouden tot 1829 de brouwerij exploiteren. Gerardus werd bij zijn overlijden in 1833 nog bierbrouwer genoemd.

Adrianes Gelderman

Vanaf 1829 tot 1839 was de heer Adrianus Gelderman de eigenaar, die later in Harderwijk een brouwerij exploiteerde. In 1839 kwam er een nieuwe brouwmeester in de persoon van Egbert van der Maaten. Hij was ook nog eens letterkundige. Zijn werk werd gepubliceerd in het Leeskabinet. Ook zou hij als een van de eersten in Nederland Beijersch bier brouwen. Dit dankzij zijn broer die afgestuurd was aan universiteit van Wageningen in stoom en koeltechnieken Het Beijersch bier was op dat moment voornamelijk in Duitsland verkrijgbaar, omdat men daar al vooruit liep op de koeltechnieken.

IJsblokken uit Noorwegen

De methode van koeling tot die tijd het gebruik van ijsblokken die werden overgevaren van de noordelijkste delen van Noorwegen. Vooral in de zomerperiode zorgde dat voor veel problemen doordat het ijs al gesmolten was voor het afgeleverd kon worden. Ook het smelten van de ijsblokken in de koelruimtes van de brouwerij zelf door middel van de Braynard techniek zorgde voor veel bierverlies. Het smeltende ijs werd daarbij op de vaten gelegd wat verrotting van het hout veroorzaakte. Dankzij de opkomst van koeltechnieken in de negentiende eeuw werd het mogelijk om het bier op de juiste temperatuur te koelen (lageren).

Concurentie 

Van der Maaten bleef brouwer tot hij in april 1867 stierf tengevolge van een val van een trapje. Kort daarna nam Julius Elberson uit Arnhem de brouwerij over voor 5300 gulden. Hij brouwde maar zeer korte tijd doordat de heer Elberson in 1868 bij verstek werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf, het vermoeden is dat hij is vertrokken naar Amerika*. In 1869 kwam de brouwerij weer in handen van de familie Top, te weten Wijnand Lambert Top. De brouwerij was op dat moment één van de welvarendste brouwerijen in de regio. Het verval zette in door de toenemende concurrentie van de stoombierbrouwerijen zoals Heineken, Amstel en Oranjeboom. In 1899 besloot Wijnand en zijn vrouw te verhuizen naar Soest. Hun zoon Lambert bleef in Elburg wonen, waar hij tot zijn overlijden in 1905 bierverkoper was.

Heb je aanvullende informatie over deze brouwerij of een interessante foto, contact ons.

Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.