Brouwerij Marres

Gegevens brouwerij
Provincie
Oude locatie brouwerij
Onze lieve vrouwenplein
Plaats
Actieve brouwerij
Nee (96 jaar geleden gestopt)
Opgericht in
Onbekend
Gestopt in
1923
Overgenomen door

Biermerken van Brouwerij Marres

Geen biermerk bekend van Brouwerij Marres.

Achtergrond informatie

De eerste maal vonden we het huis vermeld in 1570 als Lymeletzpoerte toen het bij de verkoop van het ernaast gelegen huis Het Hoeghuys als buur werd genoemd.
In 1597 verkoopt Joffer Marie van Brecht De Poerte van Limmeler aan Laurens Grooteclaes, burgemeester van Maastricht. Het was waarschijnlijk een miskoop want in 1606 verkoopt hij het weer en wel aan Elisabeth Boutens waarbij de notaris opmerkt: Welck voirscreven huijs gelijck tselve ten tyde van de voirscrevene vercrijch zeer is geweest ruijneux, daernae bij den voirscreven heer borgemeester is bij zeeckere nijeuwe opgerichte timmeraige tot grooten cost vernyeuwt ende geedificeert.
Ondanks deze renovatie staat van de Limmelotspoorte in 1625 alleen de poort nog overeind met alleen een kelder daaronder. Een hypotheek van 200 gulden die er op rust wordt dan afgelost door Lieve van Tits namens Paulus Bouten, pastoor te Wachtendock, die na het overlijden van Elisabeth de eigenaar werd.

 De Porte met de Twee Hoven

In 1662 verkoopt de heer Leonard Heijdendael, voogd van Schoonvorst bij Aken en gehuwd met Margaretha de Tits voor 5150 gulden Die Porte met de twee hoven aan seigneur Lenert Lenerts, burger en brouwer van Maastricht in tweede huwelijk met Anna Mortels. Het huis heeft dan twee uitgangen, een aan de Plankstraat, dit is de poort aan de voorzijde die later Onze Lieve Vrouweplein wordt en een aan de Havenstraat. De nieuwe benaming betekent dat er een aangrenzend huis met ook een eigen tuin aan is toegevoegd. De poort komt nu tussen twee huizen in te liggen. Het huis richting Maas wordt het latere Panhuis, het huis richting Wolfstraat het woonhuis. De brouwerij komt in een aanbouw achter het woonhuis. Dit geheel had Leonard Heijdendaal als 'donatio inter vivos' van Paulus Bouten verkregen.
Het is bij elkaar een groot geheel geworden en dat blijkt uit de beschijving van de ligging bij de aankoop. De buurman richting Maas is Pieter Haenen, richting Wolfstraat zijn er twee aangrenzende huizen, een is van korporaal Nicolaas Zwitser en het andere is het huis De Rode Hoed. Aan de achterkant grenst het geheel aan de tuin van de erven van Willem Nypels, aan het huis De Wolff en aan nog enige andere huizen. De tweede hof (tuin of cour) die aan de Havenstraat ligt heeft als buren richting kerk weer Pieter Haenen en richting Smedenstraat de weduwe van Geurt Nypels. Lenaert Lenaerts sluit voor de aankoop een aantal hypotheken af nadat zijn schoonvader hem een voorschot op de erfenis van zijn echtgenote heeft gegeven te weten een huis in de Kapoenstraat en vijf bunder akkerland met nog een weiland te Mechelen aan de Maas.

In 1669 gaat Lenart Lenarts, burger en brouwer van Maastricht, gehuwd met Anna Mortels een lening aan van drie honderd gulden om zijn huis dat nu de Boutens Poorte wordt genoemd te verbouwen. Hierbij wordt nog vermeld dat Elisabeth Bouten vroeger in dit huis heeft gewoond en er in overleden is, dit moet dus een destijds bekende dame geweest zijn want zij was al bijna een halve eeuw daarvoor overleden.
Lenaert Lenaerts heeft rond 1670 de brouwerij gebouwd waarvan we in 1681 voor het eerst de naam horen Het Sint Nicolaes Panhuijs. R. Philips schrijft in 'Mestreechs Aaijt' wel dat Het Sint Nicolaes Panhuis al in de 14e eeuw bestond en vermeldt het nog eens in de jaren 1544-1557, maar ik vind geen duidelijke aanwijzingen dat Het Vergudelen Panhuijs dat in 1372 in de Havenstraat genoemd wordt een voorganger is. Vóór 1686 is Lenaerts overleden.
Tegen het einde van de 17e eeuw is er één gebeurtenis waar een familielid toevallig getuige van was. Michiel Marres, een verre voorvader, was op 14 mei 1696 aanwezig bij een vechtpartij waarbij Willem Caris, door Guerdt Nijst op een avond het pand werd uitgeslagen onder toevoeging van enige hier niet te herhalen, maar wel notarieel vastgelegde krachttermen. Michiel en enige anderen legden op justitieel verzoek hierover een verklaring af.

De Familie Caris

Isabella Lenaerts, dochter van Lenaert Lenaerts en gehuwd met Seigneur Louis Caris erft de brouwerij en op 30 juli 1708 koopt deze voor 900 gld van de heren van de consistorie van de Waalse kerk het buurhuis erbij dat tussen het St Nicolaes Panhuijs en De Rode Hoed ligt. In dit huis had vroeger korporaal Zwitser gewoond en zijn kinderloze weduwe had het in 1686 aan de diaconie van de Waalse kerk geschonken.
Het buurhuis De Rode hoed vaak ook Het Rode Hoedje genoemd, nu Oze Lieve Vrouweplein 3, was ook een brouwerij. In 1652 werd het gehuurd door de brouwer Lambert Watelet. In 1705 is zijn inventaris een 'panhuis, brouwketel, kuipen en koelschip' en is de brouwer Jan Boimans. In 1713 is het huis aangekocht door Hubert Bovy die de brouwerij omzette in een branderij. Zijn erven verkochten het huis in 1746 aan Joannes Houtappel gehuwd met Agnes Hanssen, ook zij waren distillateurs. Hun zoon Lambert Houtappel begon hierin tezamen met de uit Frankrijk afkomstige Joseph Binvignat een orgelbouwerij. Joseph Binvignat zette later deze zaak alleen voort nadat hij het huis in 1796 had gekocht. Daarna werkte diens zoon Adam Matthijs Binvignat er tot 1850 als orgelbouwer en later pianomaker.

De Familie Paulussen

Na het overlijden van Isabelea Lenaerts brengt Sieur Joannes Paulussen, gehuwd met Judith Daemen op 9 november 1730 op een veiling waar de kinderen Lenaerts het huis te koop aanbieden het hoogste bod uit op, zoals de omschrijving luidt: 'seeker Huijs, Brouwerije, Stalling, Hoff, Clotsbaen, met de geregtigheijd van den ganck uijt komende op de Haeffstraet, en verdere ap- en dependentien en geregtigheden vandien gestaen en gelegen alhier in de Planckstraat genaemt St Nicolaes Panhuijs'. Hij brouwt daar tot zijn dood in 1745. Zijn weduwe Judith Daemen zet de brouwerij daarna, en nog wel gedurende twintig jaar, zelfstandig voort.
Jan Paulissen hoort in de jaren 1736-1737 tot de kleinere Maastrichtse brouwers.
In 1765 laat Judith Daemen bij haar overlijden aan haar twee dochters ieder een bierbrouwerij na. Het St. Nicolaes Panhuijs gaat naar Margaretha Paulussen, die gehuwd is met Nicolaas Nypels. De andere brouwerij, Het Nieuwe Stenen Huis, op de St. Pieterstraat gaat naar Cornelia Paulussen, gehuwd met Servaes Marres.

De Familie Nypels

Nicolaas Nypels verkrijgt Het Sint Nicolaes Panhuijs dus in 1765 en ook hij zal daar gedurende zijn hele leven brouwen, dat is tot 1805. Hij wordt dan opgevolgd door zijn zoon Jan Pieter Nypels.

Deze begint met grootse bouwplannen en schakelt zijn oom de stadsbouwmeester Matthias Soiron hiervoor in.
In het Standaardwerk over de renovatie van het Stokstraatgebied, die in het derde kwart van de vorige eeuw plaats vond, merkt de oud-directeur van de Rijks­monumentenzorg te 's-Gravenhage hierover op: 'In de schetsboeken van Soiron bevinden zich een drietal schetsen voor een verbouwing ten behoeve van 'neef Nijpels' in de Plank­straat. Deze hebben betrekking op het Sint Nicolaas Panhuis. Van het woonhuis werd een winkel gemaakt door het wegbreken van een gangmuur. Daarbij behoorde een ontwerp een nieuwe glazen wand naar de achterkamer. Belangrijker was het project voor neef Nijpels in 't panhuis, die voor eene societijt eenen zaal aen de straet van intentie is te willen maken. Dit helaas niet gedateerde ontwerp (1806, BM) voorziet in een zaal in het langwerpig bouwlichaam, dat thans nog in de Plankstraat 20 aanwezig is.

Schetsen van M. Soiron voor een verbouwing ten behoeve van 'neef Nypels' in de Plankstraat.
In hoeverre de werkzaamheden uitgevoerd zijn is me niet bekend. Maar het is duidelijk dat waar in de onderste tekening Groten zaal staat zich thans het huidige Klaoske bevindt. De poort met zijn overdekte doorgang staat links aangegeven en de plaats van de openbare pomp aan de straat geheel rechts.

De eerste tekening betreft het woonhuis dat aan de andere kant van de poort stond en dat in 1878 tezamen met nog een ander huis plaats moest maken voor het woonhuis dat Eugène Marres in 1878 liet bouwen. Hierin is nu kunsthandel De O. L. Vrouwegalerie gevestigd.
Jan Pieter Nypels brouwt gedurende twintig jaar in dit vergootte pand en verkoopt het in 1825 aan het verloofde stel Michaël Marres en Anna Maria Bemelmans. De brouwerij draagt dan geen naam meer.
In 1923 werd brouwerij Marres overgenomen door Heineken.

Heb je aanvullende informatie over deze brouwerij of een interessante foto, contact ons.

Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.