30 april 2020 om 09:59
Het brouwen van bier is een uniek en erg interessant proces vol met valkuilen. Maar welke stappen legt jouw bier allemaal af om in jouw glas te komen?
Het begint met graankorrels en het resultaat is een goudkleurig verfrissend alcoholisch drankje! Hoe wordt bier gebrouwen en wat bepaalt de koolzuurgraad, de smaak of de volheid? Voordat jouw favoriete bier gebrouwen is legt het bier veel stappen af, veel interessante stappen vol met valkuilen!
Zonder al te veel te hoeven lezen kun je deze uitgebreide documentaire over het brouwproces bekijken. Daaronder vind je in het kort de stappen om bier te brouwen. Wil je een meer uitgebreide uitleg over het brouwen van bier?
Mouten is het verwerken van granen tot gedroogde, gekiemde korrels. Deze korrels worden mout genoemd. De graansoort, meestal gerst, wordt in water geweekt en hierna een paar dagen in de kiemkast neergelegd. Dit is een warme ruimte, waardoor er uit de vochtige gerst een wortel uitgroeit.
Schroten is het vermalen van de gedroogde mout. Dit wordt gedaan om het zetmeel los te laten komen. Echter moet het zeer grof gemalen worden. Het kaf, wat los komt van de gerst, mag niet worden beschadigd. Dit is later in het proces nog nodig. Het eindproduct van dit proces wordt schroot genoemd.
De geschrote mout wordt in water opgelost. Het mengsel wordt voor verschillende periodes tot verschillende temperaturen gebracht. Richtlijnen zijn dat het eerst verwarmd wordt tot 50°C, en op deze temperatuur blijft het een tijd rusten. Hierna wordt het verwarmd tot 65°C en nadat het weer een tijd gerust heeft wordt het verwarmd 75°C.
Dit onderdeel kan vergeleken worden met het clarifiëren van bouillon. Na het maischen is er een suikerrijke vloeistof overgebleven, waarin er nog vaste bestanddelen ronddrijven. Deze bestanddelen zijn verder niet meer nodig en moeten dus worden gefilterd. De geklaarde vloeistof die overblijft wordt wort genoemd.
Na het klaren wordt het wort gekookt. Hop wordt toegevoegd aan het bier om verschillende redenen. Het geeft een bittere smaak, zorgt voor een stabiele schuimkraag, en bevordert de conservering.
Het wort wordt gefilterd en gekoeld. Om de kans op bacteriën te minimaliseren, moet het koelproces zo snel mogelijk plaatsvinden. De koeltemperatuur bepaalt of de gisting lang of kort duurt. Bij een lage temperatuur (ongeveer 5°C) duurt de gisting langer en dan krijg je ondergistend bier. Deze bieren heten Lagers. Als het bier niet verder wordt gekoeld dan tot kamertemperatuur, vindt er snelle gisting plaats. Dit wordt bovengistend bier genoemd en het resultaat wordt een Ale genoemd.
Vaak wordt bier voordat het gebotteld wordt nog eens gefilterd. Het gist wordt verwijderd en een helder bier is het resultaat. Net als pasteurisatie zorgt dit ervoor dat er geen verandering van smaak in de fles plaats vindt.