De geplande accijnsverhoging op bier voor 2026 is van de baan. Toch verandert er achter de schermen genoeg. Van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken tot aanpassingen in box 3: belastingwijzigingen raken ook de bierwereld, direct en indirect.
Wie naar de belastingplannen van de afgelopen jaren kijkt, ziet een patroon: diverse heffingen worden stap voor stap aangepast of verhoogd. Soms geleidelijk, soms vrij abrupt. Dat raakt niet alleen de biersector direct via de alcoholaccijns, maar ook indirect via aanpalende sectoren en de portemonnee van de consument.
Een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen:
De alcoholaccijns stijgt niet automatisch jaarlijks mee met de inflatie. Voor 2026 stond een eenmalige inflatiecorrectie van 2,6% gepland. Dat had de accijns op bier en wijn met nog geen 0,3 cent per glas verhoogd. De coalitie schrapte dit voorstel echter. De geschatte opbrengst zou zo'n €29 miljoen per jaar zijn geweest, minder dan €3 per volwassen drinker per jaar.
Toch is het onderwerp daarmee niet van tafel. In april 2026 diende het kabinet een nieuw voorstel in om de accijnzen op alcohol voortaan jaarlijks automatisch te indexeren. De alcoholbranche heeft daar zorgen over geuit. Over dit voorstel moet politiek nog een definitief besluit worden genomen.
Voor brouwers betekenen accijnsverhogingen oplopende kosten en druk op marges. Consumenten merken het uiteindelijk aan de prijs van hun biertje. Tegelijk wordt de accijns door de overheid steeds vaker ingezet als sturingsinstrument, zowel voor inkomsten als voor gezondheidsbeleid.
De kansspelbelasting is snel opgelopen: van 30,5% in 2024 naar 34,2% in 2025 en 37,8% in 2026. Die verhoging is bewust in stappen doorgevoerd via opeenvolgende belastingplannen van het kabinet.
Voor aanbieders betekent dit simpelweg meer belasting afdragen, zowel online als fysiek. Dat werkt door in lagere uitbetalingen bij bijvoorbeeld online gokkasten of minder aantrekkelijke bonussen. Daarnaast bestaat het risico dat spelers uitwijken naar buitenlandse, niet-vergunde aanbieders.
De officiële naam is verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken, ook wel aangeduid als frisdrankbelasting. In korte tijd is deze fors gestegen: van €8,83 per 100 liter in 2023 naar €26,13 per 100 liter in 2024. Dat is een stijging van bijna €17,30 per 100 liter, neerkomend op circa €0,17 extra per liter voor de consument.
De maatregel geldt voor vrijwel alle alcoholvrije dranken, zoals frisdrank, sap en alcoholvrij bier. Mineraalwater is juist vrijgesteld sinds 2024. Voor de bierwereld is dit relevant: alcoholvrij bier is daarmee in één jaar sterk in prijs gestegen, wat de groei van dit segment onder druk zet.
De verdrievoudiging van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken laat zien hoe snel de overheid via belastingen kan ingrijpen, met directe gevolgen voor prijzen en producenten.
Nederland werkt toe naar een nieuw box 3-stelsel, waarbij niet langer een fictief rendement de basis vormt voor de belastingheffing op vermogen, maar het werkelijke rendement. De Wet werkelijk rendement box 3 werd op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer met 93 stemmen voor. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028, maar de Eerste Kamer moet nog een definitief oordeel vellen over het wetsvoorstel.
Tot en met 2027 betalen belastingplichtigen belasting over een geschat rendement. Dat systeem krijgt al langer kritiek, met name omdat het niet aansluit op wat iemand daadwerkelijk verdient. In het nieuwe stelsel wordt belasting geheven over werkelijke inkomsten uit vermogen, zoals rente, dividend, huurinkomsten en waardestijging van beleggingen. Bij lage of negatieve rendementen kan dat gunstig uitpakken. Of en hoeveel iemand met goede rendementen meer gaat betalen, hangt af van de persoonlijke situatie en de definitieve uitwerking van het stelsel. Een punt van discussie dat ook na de Tweede Kamer-stemming blijft bestaan, is de belastingheffing over zogenoemde papieren winst, dat wil zeggen waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd.