Professor Frans Kok, voorzitter van het bestuur van Kennisinstituut Bier, leidde de wetenschappelijke sessie. Kok ziet de toekomst van het instituut met vertrouwen tegemoet. “Kennisinstituut Bier communiceert niet alleen over de wetenschappelijke stand van zaken wat betreft matige bierconsumptie en gezondheid, maar gaat zelf ook wetenschappelijk onderzoek faciliteren. Het zou fantastisch zijn als Kennisinstituut Bier op termijn wordt beschouwd als hét centrum voor betrouwbare wetenschappelijke informatie over bier en gezondheid.”
Professor Eric Rimm, Harvard Universiteit, zette in zijn lezing de gezondheidsaspecten van matige alcoholconsumptie uiteen. Inmiddels is er al vier decennia lang wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van alcohol op chronische ziektes. De onderzoeksresultaten zijn dusdanig overtuigend dat gezegd kan worden dat matige en regelmatige alcoholconsumptie het risico op hart- en vaatziekten met 30 tot 40% kan verlagen. Bovendien komen er steeds meer aanwijzingen dat matige alcoholconsumptie ook kan beschermen tegen ouderdomsdiabetes en dementie.
Is bierconsumptie verantwoordelijk voor de bierbuik? Dat vroeg professor Arne Astrup, Universiteit van Kopenhagen, zich af in zijn lezing. Veel vet in de buik verhoogt de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten en ouderdomssuikerziekte. Het feit dat matige alcoholconsumptie de kans op deze aandoeningen juist kan verlagen zet vraagtekens bij de vermeende relatie tussen bierconsumptie en de bierbuik. Daarom start de Universiteit van Kopenhagen in september een meta-analyse naar de relatie tussen bierconsumptie en buikomvang. Dit onderzoek is een initiatief van Kennisinstituut Bier. Het heeft dan ook de bierwijzervoor biergebruik uitgebracht.