Toegevoegd: 02-09-2013
Wist je dat... Pils altijd bier is, maar bier niet altijd pils? Pils is namelijk een soort bier, en bier is de overkoepelende naam voor diverse biersoorten. Drink jij vaak pils of juist een ander bier?
Pils wordt ook wel pilsener genoemd en het is de meest gedronken biersoort van Nederland. Pils wordt door de meeste mensen ook simpelweg bier genoemd, waardoor er verwarring ontstaat. Sommige mensen denken namelijk dat bier en pils hetzelfde zijn. Dat klopt niet. In dit artikel leggen we duidelijk uit wat het verschil is tussen bier en pils, hoe pils is ontstaan en waarom bijna iedereen in Nederland 'bier' zegt als hij eigenlijk 'pils' bedoelt.
Het verschil tussen bier en pils is heel eenvoudig en eigenlijk in twee zinnen samen te vatten:
Bier is een soort drank.
Pils is een soort bier.
Naast pils zijn er dus andere soorten bier. Pils is altijd bier, maar bier is niet altijd pils. Vergelijk het met het verschil tussen 'fruit' en 'appel': een appel is altijd fruit, maar fruit is niet altijd een appel. Er bestaan namelijk ook peren, bananen en sinaasappels. Zo zijn er naast pils ook tientallen andere bierstijlen zoals witbier, tripel, stout, IPA en bokbier.
Als je in een kroeg een biertje bestelt, krijg je in Nederland vrijwel altijd een pilsje voorgeschoteld. Als je goed naar de termen bier en pils kijkt, klopt dat eigenlijk niet. De barman of ober zou moeten vragen: "Welk bier wilt u hebben?" Je zou dan als antwoord kunnen geven: "Doe mij maar een pilsje", of bijvoorbeeld een witbier, een tripel of een specifiek biermerk.
Ter vergelijking: Als je in een restaurant gaat eten en je bestelt: "Ik wil graag een stuk vlees", krijg je dan altijd een stukje kipfilet? Nee, de ober zal ook vragen wat voor soort vlees je wilt.
Dat pils in Nederland synoniem is geworden met 'bier', heeft alles te maken met de marktdominantie van grote pilsbrouwerijen zoals Heineken, Grolsch, Amstel en Bavaria. Decennialang was pils veruit de meest geschonken biersoort in de horeca, waardoor de woorden 'bier' en 'pils' in de volksmond door elkaar zijn gaan lopen. Door de opkomst van speciaalbieren en craftbrouwerijen verandert dat langzaam: steeds meer cafés hebben een uitgebreide bierkaart met meerdere stijlen op de tap.
Pils is een biersoort die vernoemd is naar de stad Pilsen (Plze?) in Tsjechië, waar dit type bier vandaan komt. Door ontevredenheid over de kwaliteit van het bier rond 1840 besloten brouwers in Pilsen een nieuw bier te ontwikkelen. De Duitse brouwer Josef Groll brouwde in 1842 het allereerste pilsener bier. Daarbij maakte hij gebruik van ondergisting in plaats van bovengisting. Zo ontstond pils. Lees hier meer over pils en pilsmerken.
Het eerste pils dat op 5 oktober 1842 uit de kelders van de Bürgerbrauerei in Pilsen kwam, was een revolutie. Het was goudgeel, helder, met een stevige witte schuimkraag en een fris hoparoma. Tot die tijd waren de meeste bieren troebel, donker en vaak zuur. Dankzij de combinatie van zacht Boheems water, licht gebrande Moravische mout, Saaz-hop en de nieuwe ondergistingstechniek ontstond een bier dat in heel Europa aansloeg. Vandaag de dag is pils wereldwijd verantwoordelijk voor circa 90% van alle bierconsumptie.
Bier is een overkoepelende naam voor dranken die worden gemaakt via brouwprocessen met gisting. Pils is daarvan de meest geproduceerde soort. Daarnaast zijn er nog veel meer soorten bier, zoals ale, bock, stout en weizen.
Grofweg zijn alle bieren onder te verdelen in twee hoofdfamilies, gebaseerd op het type gisting:
Daarnaast bestaat er nog een derde, kleinere categorie: bieren met spontane gisting, zoals lambiek en geuze, waarbij wilde gisten uit de lucht het werk doen.
Een pils onderscheidt zich van andere bieren door een aantal kenmerken:
Een tripel van 9% met een kruidig karakter of een witbier met koriander en sinaasappelschil zijn dus ook bieren, maar geen pils.
Pils is een subcategorie van lager. Alle pilsbieren zijn lagers (ondergistend), maar niet alle lagers zijn pils. Helles, dunkel, bockbier en schwarzbier zijn bijvoorbeeld ook lagers, maar geen pils.
Omdat pils decennialang vrijwel de enige biersoort op tap was in Nederlandse cafés, is het woord 'bier' in de volksmond samengevallen met 'pils'. In landen met een bredere biercultuur, zoals België of Duitsland, geef je meestal wél aan welk bier je wilt bestellen.
Met 'speciaalbier' bedoelt men in Nederland doorgaans alle bieren die geen pils zijn: tripels, dubbels, IPA's, witbieren, stouts en bokbieren. Er bestaan overigens ook premium pilsbieren die zichzelf als speciaalbier profileren.
Het eerste pilsbier werd gebrouwen in het Tsjechische Pilsen door de Duitse brouwer Josef Groll. De oorsprong is dus Tsjechisch, maar de maker was Duits. De stijl ontwikkelde zich later verder in Duitsland tot een drogere, hoppigere variant.
Nederlandse pils ligt vrijwel altijd tussen de 4,5% en 5,2% alcohol. Daarnaast bestaan er alcoholarme en alcoholvrije pilsvarianten (0,0% tot 0,5%) en sterkere exportpilsen tot circa 6%.
In het warenwetbesluit (Artikel 7b) is vastgelegd wanneer je een drank 'bier' mag noemen. Om het 'pils' te noemen, wordt nog een aanvullende eis gesteld (Artikel 7f), zie de omschrijvingen uit het warenwetbesluit hieronder.
De aanduiding bier mag uitsluitend worden gebruikt voor een drank verkregen na alcoholische gisting van wort, hoofdzakelijk bereid uit zetmeel- en suikerhoudende grondstoffen, hop en brouwwater, met dien verstande dat ten minste 60% van het extractgehalte van de wort, vóór vergisting, afkomstig is van gerste- of tarwemout, en die bestaat uit:
– gerstemout of tarwemout;
– andere zetmeelhoudende grondstoffen;
– suikerhoudende grondstoffen;
– hop en zijn verwerkte vormen;
– brouwwater (geschikt voor menselijke consumptie);
– gist;
waaraan mogen zijn toegevoegd:
– vruchten of vruchtensappen en aroma's (alleen voor andere bieren dan pils);
– technische hulpstoffen;
– toegestane additieven volgens Europese regelgeving.
Artikel 7f is een aanvulling op bovenstaande eisen en beschrijft wanneer een bier 'pils' mag worden genoemd:
De aanduiding pils of iedere andere aanduiding waarvan het woord pils een grondbestanddeel vormt, mag uitsluitend worden gebruikt voor lichtgekleurde bieren met een extractgehalte van de stamwort van 11 tot 13,5%.
Kortom: een pils mag pas pils heten als het licht van kleur is én binnen de wettelijke grenzen van het stamwortgehalte valt. Een donker ondergistend bier of een licht bier met bijvoorbeeld toegevoegd vruchtensap valt buiten deze definitie en mag zichzelf dus geen pils noemen.
Wie de volgende keer in het café 'een biertje' bestelt, kan met een knipoog vragen: "Welk bier heb je eigenlijk?" Grote kans dat je alsnog een pils krijgt, maar misschien ontdek je ook een mooie tripel, een fris witbier of een hoppige IPA. Want Nederland mag dan een pilsland zijn, er is veel meer te ontdekken.
Wist je dat er tientallen biersoorten zijn? Bekijk het overzicht met verschillende bierstijlen.