Bierbrouwerij Boon

Gegevens brouwerij
Land
Provincie
Locatie brouwerij
Fonteinstraat 65
Plaats
Actieve brouwerij
Ja (298 jaar actief)
Opgericht in
1720
Voorzieningen
Proeflokaal
Restaurant
Rondleiding
Ketels te huur
Winkel

Biermerken van Bierbrouwerij Boon

Bierbrouwerij Boon in het nieuws

Tripel LeFort verkozen tot beste Tripel ter wereld

Achtergrond informatie

Geen brouwersfamilie, toch brouwer

Frank Boon heeft geen familietraditie op brouwgebied. Niets wees erop dat Frank Boon zou uitgroeien tot een van de bekendste lambikbrouwers van België. Toch is aan het bedrijf dat hij thans leidt een lange voorgeschiedenis verbonden.

Claes

De eerste sporen van wat nu Brouwerij Boon heet vinden we terug in 1680. Toen kocht een zekere Jean-Baptiste Claes in Lembeek een hoeve om er een stokerij te beginnen. De familie Claes wilde hun zaak uit bouwen als jeneverstokerij. Op 8 oktober 1720 werd echter een keizerlijke ordonnantie uitgevaardigd dat er op neer kwam dat de familie Claes verplicht was alle tolrechten te betalen op wijn en jenever, maar niet op bier. Vandaar dat Claes na 1720 zowel bier als jenever produceerde. De zaken floreerden, zeker toen in de tweede helft van de 18de eeuw, na de aanleg van de nieuwe steenweg naar Edingen, nieuwe gebouwen werden opgetrokken.

Franse revolutie

Voor de Franse bezetters tijdens de revolutie was het Lembeekse accijnsvrije Vrijstadsregime een doorn in het oog, wegens de ongelijke concurrentie met de Franse brandewijn. Op 23 december 1794 werd dan ook het brouwen en stoken in Lembeek door de Franse overheid verboden. In 1809 verhuurde de familie Claes de brouwerij-stokerij aan een zekere Jean-Baptiste Paul en diens zoon Louis kocht in 1860 de brouwerijgebouwen en de installatie van de familie Claes. Hun bleven zich verder toelegde op alleen de jeneverproductie. De brouwerij kreeg de naam Brasserie de Saint-Roch. Louis Paul brouwde lambik en bruin bier. Onder impuls van ingenieur Cayaerts werden rond 1875 proeven gedaan met het bottelen van geuzelambik.

Troch

Omdat Louis Paul geen erfgenamen had verkocht hij de brouwerij in 1898 aan P. Troch. In navolging van de grote Brusselse brouwerijen brouwde Troch naast lambik ook een blond; Double Blonde de Hondzocht. In 1912 volgde zijn zoon René Troch hem op en mechaniseerde de brouwerij met een stoommachine. Zoals in vele brouwerijen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog de koperen brouwketels in beslag genomen maar onmiddellijk na deze oorlog werden nieuwe gietijzeren ketels geplaatst. De brouwerij kreeg een andere naam en heette vanaf toen Brasserie Hygiëna, verwijzend naar de zuiverheid in de brouwerij. Ook het blonde bier veranderde van naam en werd verder Belga genoemd. De economische crisis tijdens de wederopbouw deed de brouwerij toch de das om en in 1927 werd alles openbaar verkocht.

De Vits

Het brouwerij en pakhuis gedeelte werd gekocht door Jean De Vits, buurman en cafébaas-geuzesteker. 10 Jaar later In 1937 kwam René de Vits in de brouwerij. Er werd door hem nog uitsluitend faro, lambik, geuze en kriek verkocht. Toen de brouwketels na een defect stil kwamen te liggen werden ze niet vervangen. René De Vits liet zijn wort verder brouwen bij Van Halen (Brussel), Winderickx (Dworp) en vooral bij de coöperatieve Union des Marchands de Bières in Brussel. De ongehuwde René De Vits had geen opvolgers en investeerde mede hierdoor nauwelijks in zijn bedrijf. Buiten een Citroën-vrachtwagen in 1937, een Volkswagen-bestelwagen in 1962 en 12 (twaalf!) roestvrijstalen vaten van 50 liter in 1965 werden er verder geen investeringen gedaan. In 1978 verkocht René de Vits de geuzestekerij aan Frank Boon.

Frank Boon

Frank was enkele jaren voordien, in 1975, op 22-jarige leeftijd van start gegaan als geuzesteker in een voormalige suikerfabriek in Halle. Dat was traditionele keuze omdat alleen van grootmoeders zijde zijn er wel banden met de vroegere Brouwerij van Cappellen en De Pauw, meer niet. De brouwerijvirus kreeg Frank te pakken via zijn grootoom in de Brouwerij Van Cappellen- Merchtem uit Merchtem, die in 1970 de deuren sloot. Toen zijn vader benoemd werd tot bankdirecteur in Halle verhuisde de familie naar deze stad. De enige persoon die Frank in de streek rond Halle kende was René de Vits, omdat hij er vroeger wel eens kwam om bier te halen voor vriendenfeestjes en dergelijke.

Retrogolf

Zijn familie was niet enthousiast over zijn plannen, temeer daar een ander familielid, Raymond Boon (destijds voorzitter van de raad van bestuur van Brouwerij Artois), toen voorspelde dat er van de kleine brouwerijen tegen het jaar 2000 niets meer zou overblijven. Maar Frank liet zich niet weerhouden. Meer zelfs, naast de geuzestekerij baatte hij ook een handel in streekbieren uit: Bierkelders Boon. “Het was de tijd waarin de groene beweging opkwam”, aldus Frank. “Het verbruik van streekbieren paste in de retrogolf. Hoe meer stof er op de fles lag, hoe liever de klanten het hadden”.

Uitdagingen

De koop van Brouwerij de Vits was ook een ware uitdaging. Het bedrijf produceerde amper 150 hectoliter per jaar. De man hield zijn boekhouding bij op de witte marge van La Libre Belgique. Er was geen centrale verwarming en niet overal elektriciteit. Ik moest heel wat extra investeren”. Zijn eerste werk in het totaal verouderde bedrijf was de lambikvoorraden terug op peil brengen. Ook het met de hand reinigen en vullen van de flessen werd vervangen door halfautomatische apparatuur.

In 1986 kocht hij de tonnen en foeders van de inmiddels gesloten geuzestekerij van Jean Van Malder. Deze maakte al sinds 1975 alleen nog maar gefilterde geuze. Frank Boon verkocht de nog resterende gebottelde flessen aan het cliënteel van Van Malder en liet de rest van de lambik en het coupagebier bij Girardin bottelen in Van Malder-flessen. Een poging om de klanten van Van Malder te laten overschakelen op traditionele geuze van Boon lukte niet helemaal.

Verhuizing

De geuzestekerij van Frank Boon kende duidelijk succes. Het bier sloeg aan bij de consument en de productie groeide gestadig. Grote vraag voor Frank Boon was natuurlijk hoe zijn bieren opnieuw gedistribueerd te krijgen. In 1986 kwam er een vennoot bij met Fourcroy, destijds de grootste distributeur van sterke dranken in België. Fourcroy stapte voor de helft in de Lembeekse brouwerij. Om de groei niet in de weg te staan werd bij het vrijkomen van een fabrieksterrein van 1,7 ha. deze aangekocht en verhuisde de Geuzestekerij naar het centrum van Lembeek. Hier werd eerst een automatische bottelarij en een stoomketel geïnstalleerd. Fourcroy, die dus de distributie van het bier op zich nam, kreeg dit helaas niet echt van de grond. Hun verkopers hadden nog nooit bier verkocht, alleen sterke dranken en wijn. Heel wat verkopers weigerden ons bier te promoten. Er werd besloten Fourcroy uit te kopen in de brouwerij, terwijl Franks deel in de distributie van streekbieren aan hen wer verkocht”. Tot 1994 bleef hij nog wel aandeelhouder in De Gouden Boom.

 

Joint venture

Gelukkig toonde Brouwerij Palm interesse. In 1990 sloot hij een akkoord met de brouwerij uit Steenhuffel. Palm stapte voor 50 % in Brouwerij Boon en nam de verdeling van het bier voor zijn rekening. Met het extra kapitaal werd een brouwzaal gebouwd waardoor de Geuzestekerij een Lambiekbrouwerij werd. Na enkele proefbrouwsels in 1990 operationeel werd. Op 6 september 1990 werd een eerste eigen brouwsel van 40 hectoliter lambik feestelijk gevierd. Frank Boon was brouwer geworden. De brouwerij werkt als één van de weinigen volgens de 'troebele wort'-methode, ook wel slijmmethode genoemd, de oudste traditionele brouwmethode voor lambiek. Per dag wordt één brouwsel gemaakt van ongeveer 50 hl. Per brouwseizoen wordt zo'n 200 keer gebrouwen. Frank Boon brouwt en versnijdt op dezelfde manier als zijn voorganger René De Vits. Maar door een aantal belangrijke investeringen in het productieapparaat heeft hij de kwaliteit van zijn bieren op een zeer hoog niveau kunnen tillen.

Vierde van het land

Sindsdien is de productie jaar na jaar sterk gestegen. Bij de eeuwwisseling in 2000 bedroeg het volume reeds 5000 hectoliter, waardoor Boon op de vierde plaats van de lambikbrouwers en geuzeproducenten in ons land kwam, na Belle-Vue van Interbrew (hoewel dit geen traditioneel bier meer kan genoemd worden), Mort Subite van Alken-Maes en Lindemans.

Vernieuwen

Frank Boon blijft investeren en schuwt daarbij nieuwe technieken niet. Zo werd een nieuwe ‘koude kelder’ gebouwd, volledig computergestuurd. De ruimte, met haar roestvrijstalen tanks en apparatuur en muren met afwasbare tegels, staat in scherp contrast met het oude tonnenmagazijn, waar hout overheerst. In de nieuwe ruimte staan 18 tanks opgesteld: 4 klaringskuipen voor Kriek, 4 botteltanks (bier dat klaar is voor afvulling), 1 à 2 lagertanks voor Duivelsbier of Framboise, 2 overtrektanks om lambik te mengen, 5 cilinderconische gisttanks voor Duivelsbier en 1 à 2 tanks in reserve. Zo werden de ijzeren mengtanks vervangen door roestvrijstalen exemplaren, die op constante temperatuur gehouden worden. Het reinigen en vullen van de flessen gebeurt volautomatisch met machines die elke oxidatie uitschakelen. De flessen gisten nu na op constante temperatuur. Vroeger lagen de onderste flessen in de "caveau" tegen de grond, in de koelte, terwijl de bovenste lagen in de zomer dikwijls te warm werden.

In mei 2004 werd immers een splinternieuwe vulmachine en kurkenplaatser geïnstalleerd en in gebruik genomen.
 

Heb je aanvullende informatie over deze brouwerij of een interessante foto, contact ons.

Locatie brouwerij


Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.