Bierbrouwerij de Koningshoeven B.V.

Gegevens brouwerij
Provincie
Locatie brouwerij
Eindhovenseweg 3
Actieve brouwerij
Ja
Opgericht in
Onbekend
Overgenomen door
Bavaria N.V. in 1998
Voorzieningen
Proeflokaal
Restaurant
Rondleiding
Ketels te huur
Winkel

Biermerken van Bierbrouwerij de Koningshoeven B.V.

Bierbrouwerij de Koningshoeven B.V. in het nieuws

European Beer Star 2017

La Trappe Quadrupel bitterballen

Uitbreiding Brouwerij de Molen

Achtergrond informatie

Cisterciënzer monniken

In 1881 vestigde zich een klein aantal Cisterciënzer monniken van de Franse trappistenabdij Monts-des-Cats tussen Tilburg en Moergestel. Een Tilburgse wolfabrikant schonk hen een drietal hoeven die al snel de naam Koningshoeven kreeg. De schaapskooi werd verbouwd tot voorlopig klooster en op 5 maart 1881 was er voor het eerst een eucharistieviering op ‘Koningshoeven’. Om in hun levensonderhoud te voorzien waren de monniken in Koningshoeven begonnen met het ontginnen van de schrale heidegrond. Maar de kosten waren nogal hoger dan de baten dus moest een andere oplossing gevonden worden, temeer omdat steeds meer kandidaten zich kwamen aanmelden.

Oprichting Trappistenbrouwerij

Toen het boerenbedrijf dus niet in de meest elementaire levensbehoeften kon voorzien besloot de eerste overste, Nivardus Schweykart, in 1884 een kleine brouwerij te beginnen. Nivardus Schweykart, zelf zoon van een Münchens brouwer, stuurt lekebroeder* Isidorus Laaber naar München om het brouwen onder de knie te krijgen. Op 13 april 1885 een verzoek ingediend aan de gemeenteraad van Berkel-Enschot om de nodige vergunningen te krijgen. Nog diezelfde maand worden in Brussel een roerkuip, een gistkuip en ander materiaal, nodig voor de inrichting van de nieuwe brouwerij, aangekocht. De brouwerij kreeg al spoedig de naam die één van de hoeven in de volksmond had, namelijk De Schaapskooi.

* De lekebroeders onstond in de 12e eeuw in de Orde. Ze waren medewerkers van (koor)monniken en hadden eigen dagindeling met meer arbeid-tijd en geen stemrecht. Sinds 1966 werden de broeders ook 'monnik' genoemd. 

Beiersch bier

In 1884 werd  lekebroeder Isidorus Laaber op de trein naar München gezet om de toen nieuwe, ondergistende brouwmethode onder de knie te krijgen. De keuze voor dit type bier gebeurt louter op basis van concurrentiële overwegingen omdat alle brouwerijen in de omgeving van Tilburg in die tijd allen hooggegist bier brouwden. Terwijl broeder Isidorus in München het procédé van de lage gisting bestudeert, wordt in Berkel de brouwerij ingericht onder leiding van broeder Romualdus, een Groninger brouwer. Hij verkeert in de veronderstelling dat er in de abdij, naar het voorbeeld van de Belgische trappisten, bier van hoge gisting gebrouwen zal worden. Hierop was de brouwerij ingericht. Als broeder Isidorus uit München terugkeert vindt hij dan ook een brouwerij die volledig ongeschikt is. In 1886, na een tweetal mislukkingen, kan het eerste geslaagde brouwsel geproefd worden.

IJs uit de vennen

Om bier van lage gisting te brouwen is koeling vereist. Deze wordt verzorgd met ijs uit de omliggende vennen. Datzelfde ijs wordt ook aan de klanten geleverd om het bier koel te houden. Zelfs na 1890, toen een koelmachine uit de bekende Von Linde-fabriek werd aangekocht, blijft men nog jaren lang ijs gebruiken. Dit laaggegiste bier heet gewoon ‘Trappistenbier’ en wordt ook onder andere naar België geëxporteerd: tot wel 30% in 1918.

De Schaapskooi

Vanaf 1891 start de bouw van een nieuw klooster. Het bier moest dit project grotendeels bekostigen maar hiervoor moet de brouwerij dan wel worden uitgebreid. Het benodigde geld (zowel voor het nieuwe klooster als voor de uitbreiding van de brouwerij) wordt geleend bij de Belgische bank Caisse Hypothécaire Anversoise. De brouwerij wordt toen ‘Stoombierbrouwerij der Paters Trappisten’ genoemd. Enkele jaren later wordt als naam toch gekozen voor De Schaapskooi, zoals deze dus in de volksmond genoemd word.

Met de brouwerij gaat het door interne conflicten en een aantal mislukte brouwsels (zoals dat voor de wereldtentoonstelling in Antwerpen in 1895) niet zo goed en dreigt zelfs het faillissement. Om dit te compenseren wordt een distilleerderij opgericht, die onder de naam Distillerie Saint-Joseph cognac en een likeur ‘La Violette des Alpes’ produceert. Ook wordt er een soort tafelbier, ‘'Bernardiner Brau’', gedurende enkele jaren verkocht. Vanaf 1897 keert met de komst van een nieuwe directeur, broeder Serapion, het tij. Door de bloei van de brouwerij (en een forse koersdaling van de Belgische frank tegenover de Nederlandse gulden) kan de lening al in 1924 volledig afgelost worden.

Het bier

Na de eerste wereldoorlog neemt de productie van de brouwerij in snel tempo toe. In de jaren ‘20 wordt het brouwhuis dan ook weer gemoderniseerd om aan de vraag te voldoen. Na de tweede wereldoorlog wordt gepoogd de omzet van de brouwerij nog meer te doen stijgen door bier voor winkelketen Spar te gaan brouwen: vanaf 1952 Oud Bruin (3,5 vol.%) en Pilsener (5 vol.%), vanaf 1957 komt daar nog een Spar Super (6,5 vol.%) bij. In 1957 wordt er een nieuwe pasteuriseermachine aangeschaft voor de brouwerij. In 1959 wordt een nieuw laboratorium geopend, gevolgd in 1967 door nieuwe gist en lagertanks. De brouwerij groeit daardoor uit tot een middelgrote brouwerij.

Hoogtijdagen

De groei brengt echter ook problemen met zich mee. De brouwerij groeit de paters boven het hoofd. In 1969 kende de brouwerij haar bloeitijd en brouwde men 135.000 hl bier en waren er 130 werknemers in dienst. Omdat de brouwerij te commercieel was geworden en niet meer beantwoordde aan de opdracht van de stichter van de orde, werd in dat jaar de apparatuur verkocht. Het bierbrouwen werd uitbesteed aan Brouwerij Artois te Leuven, die in 1969 een huurcontract afsloten voor een periode van tien jaar. Naast het eigen bier, Trappist en Tilbury (beide pilsbieren), worden er gedurende die tien jaar vooral zgn. B-merken gebrouwen. Doordat Artois onderhand ook de Dommelsche Bierbrouwerij had overgenomen en het economisch niet verantwoord vond ook de brouwerij in Tilburg verder te blijven exploiteren werd het huurcontract in 1979 niet verlengd. De burger-werknemers werden overgeplaatst naar Dommelen, en de paters namen vanaf 1980 zelf het brouwen weer ter hand, maar dan op bescheiden wijze.

Ontstaan merknaam La Trappe

Men concentreerde zich op het reeds in 1958 ontwikkelde La Trappe trappistenbier. Daarvoor kocht men een deel van de brouwinstallatie terug van Artois. Zoals men in 1884 koos voor lage gisting, zo kiest men in 1980 voor hoge gisting, ook weer uit concurrentieoverwegingen. Tijdens het eerste jaar vloeit slechts 1000 hl bier uit de ketels. De basis van de brouwerij zou het merk La Trappe worden. Sedert 1910 wordt deze merknaam echter reeds gebruikt door de trappisten van Tegelen voor hun likeur (Trappistine, grande liqueur de La Trappe), maar in 1971 kan De Schaapskooi voor een symbolische gulden de licentie krijgen.

Het nakijken

Het eerste La Trappe-bier is amberkleurig, 7 vol.% sterk en hergist op fles. Echter de Nederlandse consument ziet dit bier niet als een echt speciaalbier. Het imago van De Schaapskooi, opgebouwd uit het verleden, is daarvoor te sterk geassocieerd met pils. Een ander punt is dat de Belgische speciaalbieren zoals Duvel, Westmalle en De Koninck reeds de dienst uitmaken, zodat De Schaapskooi te laat komt om in deze ontwikkeling een rol van belang te kunnen spelen. Ook nu gaat men weer bier brouwen voor anderen en vanaf 1983 komt Koningshoeven (donker) en vanaf 1987 ook een tripel op de markt. Deze bieren worden uitsluitend gebrouwen voor Oranjeboom en verschillen slechts van de La Trappe-bieren door het gebruik van een andere gistcultuur.

Modernisering

In 1987 wordt besloten tot een grondige modernisering van de brouwerij. Er wordt een volledig nieuw brouwhuis gebouwd gevolgd door een nieuwe gist en lagerkelder. De nieuwe brouwerij wordt in 1989 in gebruik genomen.In datzelfde jaar 1987 verdwijnt trouwens de oorspronkelijke amberkleurige La Trappe, om vervangen te worden door een Dubbel en een Tripel. Later komen daar nog een Enkel en een zware Quadrupel bij. Om aan de klanten toch nog een pils te kunnen aanbieden, laten de paters eerst bij Oranjeboom, later bij De Kroon (Oirschot) een Abdij Pilsener brouwen. Ondertussen wordt het eigen merk La Trappe via John Martin geëxporteerd, in het topjaar 1986 bedraagt de afname circa 4000 hl. De totale productie schommelt tussen 1986 en 1990 echter rond de 2000 hl per jaar. Gelukkig is de jaarlijkse productie groter dankzij de bieren die voor derden worden gebrouwen. Chimay bijvoorbeeld: tussen 1986 en 1992, als grote moderniseringswerken de productie in de abdij van Scourmont belemmeren, brouwt De Schaapskooi de Chimay met witte kroonkurk, nu tripel genoemd. In 1991 gaat dat om 11000 hl.

Een nieuwe aanpak

In 1989 laten de monniken een onderzoek uitvoeren door een extern adviesbureau naar de toekomstige kansen en bedreigingen van Brouwerij de Schaapskooi. Resultaat: de markt moet op een totale andere manier benaderd worden. Van een passief commercieel beleid moet overgestapt worden naar een actief verkoops- en marketingbeleid met een daarop afgestemde organisatie. Er moet meer nadruk gelegd worden op het eigen merk La Trappe en de afhankelijkheid van anderen, zoals John Martin en Chimay, moet afnemen.

Bavaria

In april 1998 wordt de bierwereld opgeschrikt door het bericht dat Bavaria de Trappistenbrouwerij wil overnemen. Na flinke weerstand van de Vereniging Trappist, is er uiteindelijk besloten om tot een samenwerkingsverband te komen. Weliswaar is Brouwerij De Schaapskooi van abdij Koningshoeven overgenomen door het wereldse Bavaria, maar dat wil niet zeggen dat La Trappe haar karakter verloor. De paters blijven eigenaar van het merk en zij waken over het brouwen. Bavaria kent het recept niet! De Schaapskooi is op verzoek van de abt overgenomen. Niet om commercieel te gaan, maar om het voortbestaan van de brouwerij veilig te stellen, zonder dat de paters overbelast worden." Vanaf 1 september 1999 werd om commerciële reden de naam van de brouwerij gewijzigd van Trappistenbierbrouwerij de Schaapskooi in Brouwerij De Koningshoeven.

Biologisch bier

Met PUUR La Trappe brengt ook Trappistenbrouwerij de Koningshoeven uit Berkel-Enschot een nieuw en in dit geval biologisch bier uit. Voor dit nieuwe bier worden biologisch gecertificeerde grondstoffen gebruikt. Dit gebeurt op wens van de abdij Koningshoeven. PUUR is tot dus ver het achtste La Trappe bier maar in zijn geheel niet te vergelijken met de andere zeven. Het gaat om een licht, ongefilterd bier met maar 4,7 procent alcohol.

Abdij plant 400 bomen bij 4 miljoen liter bier

In november 2010 gaat Abdij Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven ruim 400 bomen planten als de Bierbrouwerij de Koningshoeven de vier miljoenste liter bier brouwt. Dat wordt bevestigd door broeder Isaac van de abdij in Berkel-Enschot. De brouwerij en de abdij hebben eerder al besloten een hectare grond beschikbaar te stellen voor een bos. De abdij stelt, wanneer de 40.000 hectoliter bier wordt gebrouwen, 400 bomen beschikbaar. Daarnaast worden in het bos ook nog 22 bomen van monniken en van de ongeveer 40 medewerkers van de Brouwerij geplant.
Het brouwen is tot op de huidige dag nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten voor het klooster.

Heb je aanvullende informatie over deze brouwerij of een interessante foto, contact ons.

Locatie brouwerij


Reactie plaatsen

Reacties worden eerst gekeurd voordat ze zichtbaar zijn.